Inleiding

Met de groeiende adoptie van elektrische voertuigen (EV's) neemt de vraag naar laadinfra op bedrijventerreinen toe. Bedrijven willen hun werknemers, klanten en eigen wagenpark voorzien van adequate laadinfrastructuur. Echter, het plaatsen van laadpalen op bedrijventerreinen is niet zonder meer toegestaan; het vereist zorgvuldige planning en naleving van diverse wet- en regelgeving. In dit artikel bespreken we de benodigde vergunningen, subsidies en praktische stappen voor het installeren van laadpalen op bedrijventerreinen.

Wet- en regelgeving voor laadpalen op bedrijventerreinen

Bouwbesluit en verplichtingen

Sinds 2020 zijn vastgoedeigenaren verplicht om laadpunten aan te leggen voor elektrische voertuigen bij utiliteitsbouw, waaronder bedrijventerreinen en kantoorpanden. Deze verplichting is vastgelegd in het Bouwbesluit en moet al bij de ontwikkeling van bouwplannen worden meegenomen. Er zijn twee belangrijke verplichtingen:

  1. Nieuwbouw en ingrijpende renovaties: Bij utiliteitsgebouwen met meer dan tien parkeervakken op hetzelfde terrein moet minimaal één oplaadpunt voor de hele parkeergelegenheid worden aangelegd. Daarnaast moet er leidinginfrastructuur (loze leidingen) worden aangelegd voor één op de vijf parkeervakken.
  1. Bestaande utiliteitsgebouwen: Voor bestaande utiliteitsgebouwen met meer dan twintig parkeervakken op hetzelfde terrein moet vanaf 2025 minimaal één oplaadpunt zijn aangelegd. De gebouweigenaar kan, afhankelijk van de lokale behoefte en markt, zelf bepalen hoeveel oplaadpunten in totaal worden gerealiseerd.

Omgevingsvergunning en meldingsplicht

Het plaatsen van laadpalen op bedrijventerreinen valt onder de regels van de Omgevingswet. In veel gevallen is voor het plaatsen van een laadpaal geen omgevingsvergunning nodig, mits het plaatsen van de laadpaal past binnen het geldende bestemmingsplan en er geen sprake is van een wijziging van de bestaande situatie. Het is echter raadzaam om bij de lokale gemeente na te gaan of er specifieke regels of meldingsplichten gelden voor het plaatsen van laadpalen op bedrijventerreinen.

Subsidies en financiële ondersteuning

SPRILA-regeling

De Subsidieregeling Private Laadinfrastructuur bij bedrijven (SPRILA) is bedoeld om ondernemers financieel te ondersteunen bij het realiseren van laadinfrastructuur op eigen terrein. De regeling dekt tot 40% van de kosten voor aanschaf en installatie, met een maximaal subsidiebedrag van €350.000 per aanvrager. De exacte bedragen hangen af van de bedrijfsgrootte en het type laadpaal. Voor 2026 gelden de volgende richtbedragen:

- MKB: ca. €800 - Grote onderneming: ca. €400 - Hoger bedrag voor zowel MKB als grote ondernemingen Daarnaast vergoedt SPRILA 50% van de advieskosten voor het opzetten van laadinfrastructuur, tot maximaal €3.500. Aanvragen lopen via de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO). Het is belangrijk om te weten dat het budget beperkt is, dus tijdige aanvraag is aan te raden.

Lokale subsidies

Naast landelijke regelingen bieden sommige gemeenten en provincies lokale subsidies aan voor de aanleg van laadinfrastructuur. Bijvoorbeeld, de gemeente Zaanstad heeft een subsidieregeling voor duurzame energieopwekking op bedrijventerrein Westerspoor, waarbij bedrijven subsidie kunnen ontvangen voor het plaatsen van laadpalen. Het is raadzaam om bij de lokale gemeente na te gaan of er specifieke subsidies of regelingen beschikbaar zijn.

Stappenplan voor het plaatsen van laadpalen

1. Behoefteanalyse

Voordat u begint met het plaatsen van laadpalen, is het essentieel om de behoefte binnen uw bedrijf in kaart te brengen. Denk hierbij aan het aantal elektrische voertuigen, het verwachte gebruik van de laadpalen en de gewenste laadsnelheid. Deze analyse helpt bij het bepalen van het aantal en type laadpalen dat nodig is.

2. Locatiebepaling

Kies strategische locaties op het bedrijventerrein voor de laadpalen. Houd rekening met de bereikbaarheid, veiligheid en de bestaande infrastructuur. Zorg ervoor dat de gekozen locaties voldoen aan de geldende wet- en regelgeving en dat er voldoende ruimte is voor de installatie en het gebruik van de laadpalen.

3. Technische voorbereiding

Laat een technische inspectie uitvoeren om te bepalen of de bestaande elektrische infrastructuur geschikt is voor de extra belasting van de laadpalen. Mogelijk zijn aanpassingen nodig aan de netaansluiting of de interne bedrading. Overweeg ook de installatie van slimme laadoplossingen die het energieverbruik optimaliseren en de belasting van het elektriciteitsnet verminderen.

4. Vergunningen en meldingen

Controleer bij de lokale gemeente of er specifieke vergunningen of meldingsplichten gelden voor het plaatsen van laadpalen op uw bedrijventerrein. Dien indien nodig de benodigde aanvragen in en zorg voor naleving van alle relevante wet- en regelgeving.

5. Installatie en inbedrijfstelling

Kies een gecertificeerd installatiebedrijf voor de installatie van de laadpalen. Zorg ervoor dat de installatie voldoet aan alle technische en veiligheidsnormen. Na de installatie is het belangrijk om de laadpalen te registreren en te integreren in uw bedrijfsprocessen.

Toekomstige ontwikkelingen

De wet- en regelgeving rondom laadinfrastructuur is voortdurend in ontwikkeling. Het is daarom belangrijk om op de hoogte te blijven van de laatste ontwikkelingen en trends. Bijvoorbeeld, de Europese richtlijn Energy Performance of Buildings Directive (EPBD) verplicht bedrijven om laadinfrastructuur aan te leggen, wat bijdraagt aan de klimaatdoelen van Nederland en Europa.

Ter afsluiting

Het plaatsen van laadpalen op bedrijventerreinen is een belangrijke stap richting verduurzaming en het faciliteren van elektrisch rijden binnen uw bedrijf. Door zorgvuldig de benodigde vergunningen en subsidies te onderzoeken en een gedegen plan van aanpak te volgen, kunt u succesvol laadinfrastructuur implementeren die aansluit bij de behoeften van uw organisatie en bijdraagt aan een duurzamere toekomst.